1932-03-11

EIDA

11 maart ‘32

Lieve Kindertjes –

Nu zit ik weer aan het bureau te schrijven. Gister kwam de dokter en zei dat hij m’n blindedarm weer ongeveer normaal vond, ik heb ook hoegenaamd geen verhoging meer en nu moet ik af en toe eens op een stoel gaan zitten en dan weer liggen en nu kijken of de temperatuur normaal blijft. Het is echt fijn dat het zó is afgelopen en hoe is het met Moeder’s haren? Vanmorgen jullie brief met mededeling dat Moeder al zoveel gezonder en sterker is, wat fijn nu, dat jullie het weren van bezoek zo goed volhoudt! En dat wij ook mee kunnen werken aan Moeder’s herstel. Die Hugo is werkelijk een merkwaardige man dat hij nu nog denkt dat Moeder – dankzij zijn arsenicum is beter geworden. Hij is werkelijk alleen maar een geschikte dokter voor snertziekten als griep en influenza. Anneke schreef mij “je ontvangt Hugo toch zeker niet, als hij in Bandoeng komt!”!! Komen ze nog naar Indië? Iedereen vreest het op ’t ogenblik z’n papieren te moeten verkopen. Lous Groenev. M. vertelde me dat ook van haar ouders die de volgende zomer wel naar hun oudste zoon in Amerika zouden willen en dan over Indië terug. Lous is deze week al 2x hier geweest, verbazend aardig, vooral als je denkt aan de afstand en dat ze geen auto heeft! Ze komt nu morgen misschien nog wat nieuwe boeken brengen, die ze wou laten lezen. Ze is echt een prettig en gezellig iemand. Met haar praat je zelden over mensen en dat vind ik zo plezierig. Baukje brengt altijd een heel andere sfeer mee. Ze heeft altijd veel op iedereen te zeggen en is vreselijk fel en kan geen ander mens waarderen, dan haar eigen man. Maar gelukkig dat ze tenminste tegen hém [2] opziet. Baukje is echt beredderig, ze denkt dat niemand ook eens nieuwe ideeën heeft en bij haar heb ik altijd het gevoel dat ik mezelf hoog moet houden om niet door haar vertreden te worden. Niks plezierig om je voortdurend in verdedigingstoestand te moeten opstellen. Ze heeft dit als onaangename eigenschap, als je geen grote mond opzet, vindt ze je niks! Ze heeft absoluut geen eerbied voor een andermans gevoelens en kwetst gemakkelijk. Ik heb haar altijd zeer bemind, maar nu trek ik mij maar wat terug. Ze is echt hartelijk, zoals ze me steeds opzoekt en raad geeft over m’n blindedarm, me boeken stuurt en van alles komt vertellen, enfin een mens kan niet volmaakt zijn! – Gisteravond was er Vivos en ik kon niet gaan, hoewel Mevrouw Hasenstab, die de Goethe-herdenking zou leiden me had gevraagd een deel van het voorwoord van Iphigenie voor te dragen. Ik had het zo dolgraag gedaan, maar helaas….. wat doe je ertegen! Bep Einthoven kwam gister ook even aan – ik zei dat het voordeel van ziek zijn is dat je de mensen nog eens ziet! Bep bracht ook bloemen mee en vertelde dat ze ook liederen van Goethe gingen zingen en zij had een rol van de prinses in Torquato Tasso, en ook uit Herman en Dorothea zouden stukken worden voorgedragen. Baukje zal me straks komen vertellen. – Ik heb nu ook al 2 Soendanese lessen gemist, maar ik zal het wel inhalen. – De dokter is dolblij dat hij me zó beter heeft gekregen, hij gaf gister een zucht van verlichting en zei dat hij het niks leuk had gevonden als hij me naar het ziekenhuis had moeten brengen. Hij is echt schattig voor me. – Wat Henk’s vreugde in zijn bruidstijd betreft, heb jullie me verkeerd begrepen. Hij was zelfs zeer verheugd, maar hield niet van bezoeken en feesten en [3] dáarom schreef ik dat zelfs Henk pret had op ’t feest omdat hij van tevoren gezegd had dat hij er geen zin in had; maar Riek en ik, zoals vrouwen meer vooruitziende geesten hebben (!) begrepen wel, dat hij als het eenmaal zover was, het wel zou appreciëren en dat lukte ook. Hij was een vrolijke bruigom en een rustigere hartelijke echtgenoot. Aldus hoop ik de vergissing weer rechtgezet te hebben.

Riek schreef ons nog vlak voor ze aan boord gingen. Het mooiste is dat ze heel veel rekeningen vergeten hebben, zodat Van Raalten en wij samen nog wel ƒ 200.- hebben voorgeschoten, de stakkers! – Vader is dus maar gewoon doorgelopen met z’n griepje en misselijkheid, ik hoop maar dat het toch gauw beter was.

Wat onze familieleden in Tjiandjoer betreft, die zijn er nu beroerd aan toe, Ho is genoodzaakt de pellerij te verkopen of te verhuren. Ik heb gauw aan Houw geschreven in hoeverre er van ons hulp verwacht wordt, want Ho heeft nog erg veel rente van de hypotheek te betalen en hij verdient lang niet genoeg, zodat hij het niet voort kan zetten. Hij zou nu graag hier een betrekking hebben, maar dat zou een wonder moeten wezen als dat lukte. Mamma heeft een winkelhuis gehuurd in Tjiandjoer voor ƒ 22,50 in de maand. Ze wil nu al de 15e verhuizen. Ze gaat daar met de 2 schoolgaande dochtertjes van Ho voorlopig wonen, maar wat Ho zelf doet schreef hij niet. Ik hoop maar dat Houw gauw antwoordt. Ik ga met Vader’s verjaardag maar niet naar Buitenzorg – we gaan dan liever een week later samen op reis. Hok’s verbeteringen in zijn werk zullen dan nog wel niet klaar zijn, maar vakantie moet er zijn. – Zus Rempt schreef ons of we in oktober met hun met vakantie gaan, maar ik vind dat nog zo ver weg, dat we dat onmogelijk nu al kunnen [4] besluiten, wat kan er in een half jaar wel niet veranderen! Ik hoop maar dat in april ons schip met goud komt, we willen er al zoveel van doen, dat het al haast in gedachten op is! – Hok vindt het erg naar dat hij gisteravond jullie niet heeft geschreven, maar ik hoop dat hij de volgende week eens weer wat aan jullie laat horen.

Wat ontzettend van de Verwey’s en Fancy. Nico en zij zullen nu zeker wel gauw trouwen als ze het nog niet gedaan hebben. Een brief van Anneke kreeg ik 3 weken nadat ze hem geschreven had, ze doen daar een beetje raar met de post. Ook stuurde ze mij een brief voor strafport, merkwaardig dat ze geen notie heeft, hoeveel je in een brief kunt stoppen!

Groet dokter Leggelo van me en omhels hem van me!

Dag Hok en Eida

Details

  • Plaats: Bandoeng, Berlageweg 3
  • Auteur(s): Eida
  • Pagina's: 4
  • Soort: Brief
More in this category: « 1932-03-04 1932-03-15 »