1932-02-02

EIDA

2 febr. 1932

Geliefden –

Ziehier het vers dat ik voor Henk en Riek maakte, samen met waardevolle aanwijzingen van Hok. Ik was er eerst wanhopig onder, omdat ik eigenlijk zo weinig van ze wist. Maar gelukkig hebben ze het erg mooi gevonden, hoewel hier en daar de humor wel een beetje ontbreekt! Eerst even commentaar erbij: het begin is duidelijk genoeg. Je ziet wat een grote rol Tommy in het blijspel gespeeld heeft. “In der Nacht” was een afschuwelijk lastige wijs, maar hij was zo aardig ertussen. Hok heeft dat mooi bedacht en zo heb ik hem maar gezongen en er een wijsje “met fantasie” van gemaakt. Je moet weten dat ik inderdaad niemand kon vinden die piano kon spelen en zelfs de violist, waar ik mijn hoop op had gevestigd, een jongen Van der Lee, kende maar een paar van de wijsjes. Aldus trad ik als solist op a capella koor!! Af en toe bleek ik opeens te hoog, en moest ik opeens naar lager overspringen, maar wie is er die daarop kijkt! Het vers over Riek heb ik kunnen maken, dankzij een bezoek van een kwartiertje aan haar, de laatste dagen dat ze nog op het Lab. werkte. De assistente van Oostingh, een zusje van Erna Douwes Dekker, is degene die ze wel “ontweek”; Henk heeft een geweldige hekel aan haar, maar zij begrijpt niets en wil het bruidspaar nu komen opzoeken! – Henk’s Groningse uitspraak wordt ook even aangedikt in trouwen en minnen. En eens kwam hij erachter dat hij niet eens wist wat voor kleur ogen Riek heeft. En de drukfout in de krant was inderdaad de schuld van de zetter, maar een poosje daarvoor wist hij nog niet dat ze Klippus heet. In het laatste vers heb ik wat gegapt van Moeder’s “gangetje”: “het doel van al uw streven” [2] voor Jan en Too, maar het is ook zo’n vondst, dat ik niet kon nalaten er een dankbaar gebruik van te maken. Nu weten jullie weer veel van ons bruidspaar. – Zaterdagmorgen zijn Riek en ik eerst naar de pasar gegaan om alle soorten vruchten voor de bowl te kopen, daarna hebben we enige teilen aardbeien ontsteeld en gewassen, en appels geschild. Verder kwamen we niet, want toen moest Riek naar de stad om Henk te ontmoeten. Ze mochten niet eerder dan om 1 uur thuiskomen. Ondertussen haalde ik van Hasan al het groen wat hij had en haalde Hok en samen versierden we de kamers. Terwijl we bezig waren, kwam Jantje Westerveld met een pak grammofoonplaten, geleend om de nieuwe grammofoon te kunnen gebruiken, die het bruidspaar van al hun vrienden (9 kaartjes) kregen. Ze kregen er ƒ 10.- bij voor platen en naalden, die we nog niet kochten omdat smaken verschillen. De grammofoon hadden we voor op het tafeltje gezet en daarnaast een broodzaag die ik nog over had. Ze waren natuurlijk erg enthousiast over het cadeau – Ik had de eettafel versierd met Angkrek boulan en voor hen ieder een corsage. Het eten bestond uit: champignonsoep, ragoutbroodjes, gebakken vis met sla en zuurzak vla.

Het was echt feestelijk. ’s Avonds kwamen 7 mensen, 11 met ons inbegrepen. We zaten met ons allen in de voorkamer, precies aangesloten stonden de stoelen: er waren Harry van Raalten + meisje, Jantje W., Van der Lee (vriend van hen allemaal die met Henk viool en piano speelde), het meisje van Beeuwkes (om een pak op haar broek te geven: aanstelster, moest gelukkig om 9 uur weer weg); en Jaap van Gilse, hun a.s. getuige + echtgenote die helemaal van een Malabar onderneming kwamen en weer

’s nachts terug moesten, hoewel zij in haar 7e maand is. De enige mensen die behalve wij wisten dat je jezelf op een fuif hebt te amuseren waren v.d. Lee en van Gilse. Harry is ook hoogst spraakzaam, maar tamelijk vervelend, hij heeft echt [3] praats. Zijn meisje zegt de hele avond ± geen stom woord. Henk en Riek zijn ook zwijgzaam. Jantje amuseerde zich gelukkig met het opwinden van de grammofoon e.d. We hadden heerlijk eten. Eerst bowl met kroepoek, daarna pangsit, uit het Chinees restaurant, hebben we dat met jullie niet ook eens gegeten, ze zien eruit als knapperige appelbollen met varkensvleesragout, heel lekker; dan bouillon met geroosterd brood, asperges met ei, aardbeien met slagroom. Het menu was natuurlijk (!) Hok’s verzinsel. We hadden ook nog pasteitjes, maar na de pangsit hebben we die maar achterwege gelaten. – We hebben in de eetkamer gedanst, voor het eerst! Daarna speelden we roulette, die Mevrouw ter Haar ons leende, met fiches. Hok had ’s middags nog gauw 2 cadeaus als prijzen gekocht: een asbak voor de heren, die Henk gelukkig won en een vaas voor de dames die Harry’s meisje inpikte. Het was wel een geslaagde avond geloof ik, hoewel niet denderend! We hadden ook nog een drama, zoals dat bij een feest hoort: Kasan had uit pure ijver de slagroom zo lang geslagen tot hij boter werd. Goddank, had ik eens gelezen dat je room van boter kunt maken en dus gooiden we het water af en lieten hem verder roeren, en ziet: het werd weer room. Kasan en de geleende jongen sprongen van vreugde, evenals wij. En het was echt lekker, alleen wel wat te stijf – Ze trouwen dus 11 februari. – Zondag waren we geweldig melig, vooral ik. Het kwam ook omdat we nog eens 2 glazen van de overgeschoten bowl verorberden, waarvan alle alcohol in de vruchten was gedrongen. Ik was zo’n beetje dronken (!) en dolblij na het eten weer naar bed te kunnen gaan. – Vrijdag kwamen ’s avonds opeens de Schüllers, Annie bleef bij ons en Jan ging ter Loge en kwam later ook bij ons eten, we [4] waren toen opeens met ons zessen en gelukkig had ik veel mi-swà in huis, je weet wel die dunne vermicelli, die je met uien en ei eet. Het roggebrood en de kaas waren verder onze redding, tevens een blikje sardines. Ik vind het altijd plezierig als ze komen. Herinner je je nog dat Annie ons een teckeltje aanbood, ze heeft 5 jonkjes gehad en allemaal weggeven, zodat ze zelfs treurig was ze er zelf geen één er van over had. Het is echt een type, ze had aan minstens 20 mensen er één beloofd en ze kan nu nergens komen of men vraagt er naar en ze geneert zich dan dood! – Ik doe tegenwoordig elke dag taxi diensten en haal Baukje van Hok om haar weer thuis te brengen. Vanmorgen heeft Mevrouw Gunning me opgehouden toen ik juist haar wou gaan halen. Ik had Mevrouw Gunning gevraagd haar onkosten voor het ijs op te geven, dat ze voor het souper van de Jaarvergadering gemaakt had en nu kwam ze zelf even naar me kijken. Ik was net terug van Bep Einthoven, praeses Vivos. We gaan nu een andere tactiek toepassen. We gaan contact zoeken met alle mensen die haast nooit op de Vivos vergaderingen komen, want in zo’n kleine vereniging mag je wel alles van elkaar afweten, want meestal komen ze niet door ziekte. Baukje vertelde dat Mevrouw Mohr-Beursluis al een jaar sukkelende is. Ik zal haar nu schrijven en dan haar eens opzoeken. Ze woont in Tjimahi. – Nu heb ik nog niet eens bedankt voor het vliegbriefje, echt enig is dat. Ik zal gauw weer eens een reden bedenken om er weer één te schrijven! – Tegelijk kreeg ik er een van Annie de Jongh. Ze schrijft ‘Wij medici e.d.’ zeer fraai. Ze begint natuurlijk weer met verontschuldigingen, een beetje afgezaagd, als we telkens de brieven aan elkaar zo moeten beginnen. Het kan me eigenlijk niets schelen dat ze me niet geschreven heeft, dus zal ik haar wel gewoon antwoorden. Als je niet geregeld schrijft, sta je te ver van elkaar af voor vriendschappelijkheden. – Wat ontzettend die oorlog van China en Japan – Hoe is het bij jullie, merk je veel van de werkeloosheid? – Dien voelt zich opeens enorm goed, fijn hè.

Dag Eida [5]

HOK

2 februari ‘32

G. De instuif bij de gelegenheid van Henk’s ondertrouw is goed geslaagd, ondanks het feit dat er mensen bij waren die geamuseerd moesten worden. Het soupertje was perfect in orde, zo ook de bowl. Het huis was met groen versierd. Eida heeft een alleraardigste biografie op rijm en op wijs voorgedragen. Henk was zeer geroerd. Mevrouw van Gilse zal het zeker prettig hebben gevonden dat wij Henk dat alles hebben bereid. Hij verdient het, want voor ons was ze alleraardigst.[1] – Deze maand hebben we opslag gekregen, ƒ 50.- ’s maands, zodat ik nu ƒ 600.- nominaal verdien. Geld is voor ons als sneeuw voor de zon, we doen alle moeite om te sparen, maar het resultaat is tot nu toe povertjes [EIDA niet waar: zie m’n spaarbankboekje van ƒ 500]. Wellicht zal het ons beter lukken als het tankschip binnenkomt. De Maatschappij waarvoor ik werk verricht, is de Algemene Exploratie Mij, gevestigd te A’dam, onder het directeurschap van een zekere heer Weisz, en waarvan dr. Wing Easton, mijningenieur, commissaris is. Deze laatste heeft mij bij die meneer geïntroduceerd. Hij is oud-chef van het Mijnwezen; zelf is hij een zeer kundige mijningenieur, momenteel reeds ver over de 70, maar steeds nog even jeugdig van geest. voor enige jaren werd hij eredoctor van Delft. De Mij. doet boringen in Madoera. Ik hoop dat ze succes zullen hebben. – Vandaag heb ik nogmaals aan kunnen tonen dat de resultaten die ik met mijn werk bereikt heb, van groot nut zijn voor karteringen. Het was een testcase, die glansrijk volbracht werd. De leider van de Sumatra-kartering, dr. Zwievrycki, geeft natuurlijk af op mijn werkmethode. Die man is een grote zwetser, weet alles beter dan anderen, kent behalve zichzelf niemand anders, etc. etc. Hij noemt mijn werk: het patent van Tan, waarmee hij blijkbaar wil zeggen, dat niemand anders er iets aan heeft dan ikzelf. Hij begrijpt maar dan ook niets van mijn werk. Laatst was hij op mijn kamer hoog opgevende van zijn eigen ideeën, waar buiten niets schijnt te kunnen bestaan. Ik stelde hem mijn ideeën tegenover en zo kwamen we tot een debat, met het resultaat: de juistheid van wat u gevonden hebt moet nog blijken, wij doen het op de geijkte oude [6] methode. Enfin, dacht ik, je kunt het geloven of niet, mij om het even. – Sindsdien is hij maar niet meer bij mij komen praten. – Het vertalen door Baukje is nu al tot de helft van het werk gevorderd. We schieten dus op. Nu echter is er een order van hogerhand gekomen, dat om redenen van bezuiniging onze Dienst niets meer mag publiceren. Er is echter grote kans, dat datgene wat reeds in ver gevorderde staat van voorbereiding verkeert, wel gedrukt mag worden, zodat mijn publicatie erbuiten zal vallen. –

Wat fijn dat Moeder nu al wat beter is. Veel buiten zijn en geen drukte lijkt mij het best.

Zondag op maandag a.s. gaan we naar Tjiandjoer. Zaterdag a.s. is namelijk Chinees Nieuwjaar. Mijn komst wordt blijkbaar verwacht, in verband met een “sembajang” (een offer) die we brengen moeten aan de nagedachtenis van mijn vader. Het zal voor Eida wel interessant zijn. Houw komt er dan ook. Zaterdag zijn we bij Baukje gevraagd op een bowlfuif, zij is namelijk maandag jarig. Het zal er wel gezellig zijn.

Nu dag, Hok.

EIDA

Anneke en ik corresponderen geregeld, echt genoeglijk. Alleen kreeg ik vandaag niks.



[1] Hok en Houw waren in hun studietijd op kamers bij Mevrouw van Gilse.

Details

  • Plaats: Bandoeng, Berlageweg 3
  • Auteur(s): Eida, Hok
  • Pagina's: 6
  • Soort: Brief, gelinieerd papier
  • Bijzonderheden: Pag. 5 en 6 briefpapier Hok
More in this category: « 1932-01-26 1932-02-04 »